AU tis me wat

25-3-2010 | 1 reactie(s)

Door Wereldmeisje

Onlangs schreef een goede vriendin van me dat ze niet meer wist of ze het nog op kon brengen om verder te leven. Ze begon de moed steeds vaker en langer te verliezen. Ze is wanhopig. En angstig. Deze vriendin is niet depressief. Ook is er geen gevaar voor zelfmoord. Wel is ze autistisch. De wanhoop komt door haar innerlijke gevecht met communicatie. Ze kan zichzelf momenteel nauwelijks verwoorden naar anderen toe terwijl er zoveel speelt. Dit dagelijkse gevecht, haar ‘verwoordingsprobleem’, ze haat het. Dit is lijden aan autisme pur sang.

Vragen die de laatste tijd vaak door mijn hoofd gaan: wanneer wordt autisme lijden? Wanneer kun je zeggen, dat een autist aan zijn autisme lijdt? Waar zit de AU in autisme?

Steeds vaker denk ik dat de AU in de opgeslotenheid van de autist zit. Wanneer de autist keihard opbotst tegen de muren van zijn eigen gevangenis. En daarmee doel ik niet op de ‘veilige wereld van de autist die in een hoekje zit en met geen mens contact wil’. De AU is juist daar voelbaar waar de autist in contact treed met zijn medemens. Dan merkt hij dat hij uit de pas loopt met de ander, dat er miscommunicaties zijn, dat de ander niet meer te volgen is of dat hij de ander niet kan bereiken. Het gevoel achter te lopen doet pijn. Altijd op 1-0 achterstand te staan zoals een mede-autist het onlangs noemde. Het is een eenzame pijn, dat het zelfvertrouwen ondermijnt. Deze eenzame pijn bereikt een maximum (of anders: dieptepunt) wanneer de autist zijn niet-autistische medemens niet kan bereiken. Dat is de pijn waar mijn bovengenoemde vriendin aan refereert. De pijn maakt wanhopig, en kan het gevoel geven dat het niet lang meer op te brengen is.

Ik weet precies waar ze het over heeft. Het mijzelf niet kunnen verwoorden voelt als een bezegeling van mijn gevangenis. Het is geen keuze om zo opgesloten te zitten, het is een onvermogen. En soms neemt dat absolute vormen aan. Dan lijkt het een chaotisch moeras in mijn hoofd. Dan heb ik geen taal meer tot mijn beschikking. Ik kan het bijna niet onder woorden brengen hoe moeilijk, eenzaam en pijnlijk het is. Zulke situaties zijn te vergelijken met als je de dwingende opdracht krijgt om voor de bestuurder de kaart te moeten lezen terwijl je blind bent. Zo onmogelijk kan het voelen en zijn om met de ander te communiceren. Om woorden te vinden. Opgesloten in mijzelf.

Het deed me verdriet te lezen hoe mijn vriendin zich voelde. Ze is zo’n mooie, lieve vrouw met een groot hart. Pijn ook omdat haar gevoel aan mijn AU raakt, en aan mijn pijn van vroeger. Ik was jarenlang nauwelijks in staat om iets over mijzelf te vermelden. Dat kwam aan de ene kant door extreme spanningen. Aan de andere kant ook doordat ik geen taal tot mijn beschikking had. Geen taal om mijn innerlijke ervaring te benoemen, geen taal om mijn ik verstaanbaar te maken voor de ander. Toen ik met de hulpverlening te maken kreeg, - ik was 17 -, werd dat heel pijnlijk duidelijk. Sommige hulpverleners vonden het prima dat ik communiceerde via brieven en tekeningen, zodat ik in ieder geval een manier had om me te uiten. Veel hulpverleners echter, en zeker naarmate ik langer in de psychiatrie rond liep, bestempelden mijn nauwelijks iets vertellen als onwil, niet mee willen werken, weerstand, strijd om behandelcondities, borderline en ga zo maar door. Ik heb me zo vaak zo ontzettend wanhopig gevoeld. Zo veel en vaak van binnen huilend geschreeuwd. Al mijn geschreeuw viel alleen te pletter tegen de muren van mijn autistische gevangenis.
Dat veranderde, toen mijn huidige therapeute als een engel uit de hemel deze gevangenis in viel, en eindelijk, na zoveel ondraaglijke jaren van eenzame opsluiting, zag dat ik het echt niet kon, dat verwoorden. Een verdrietige AU.

Wereldmeisje

AU tis me wat

Reacties

25-10-2011 14:28

MK

Hallo Wereldmeisje,

Kort geleden stuurde je me de link toe die naar deze blog leidt. Inmiddels heb ik de blog gelezen en nu herinner ik me weer dat ik deze een tijd geleden in de PAS-nieuwsbrief als column gelezen heb. Ondanks dat ik de inhoud dus al kende vond ik het alles behalve erg om het nogmaals te lezen. Integendeel. Ik vind de titel 'Au tis me wat' trouwens geweldig! Hoe verzin je die woordspelingen toch!

Ook ik herken de Au van Autisme. Bij mij is die 'Au' ontstaan doordat het voor de buitenwereld niet te zien is dat ik autisme heb. Ze zien een jonge, goedverzorgde vrouw die zich 'net als anderen' gedraagt. Mensen die me denken te kennen weten dat ik 'gewoon' gestudeerd heb, dat ik inmiddels zeven jaar samen woon, dat ik 'vriendinnen' heb. Echter, niemand ziet mijn onmacht, het niet begrijpen van datgene wat zich om me heen afspeelt, de eenzaamheid omdat ik geen aansluiting ervaar, de spanning die elke vorm van contact met zich meebrengt, de intense donkere en altijd aanwezige somberheid omdat mijn leven uit 'overleven' bestaat, het toneelspel dat ik constant speel zodat ik hoop 'normaal' over te komen. Moe gestreden.

Maar hoe vind ik de woorden om dit aan mijn omgeving duidelijk te maken? Hoe moet ik me gedragen zodat mensen begrijpen wat ik voel? Wat moet ik doen/zeggen zodat mensen mijn diagnose (autisme) serieus nemen? Hoe maak ik mijn binnenwereld zichtbaar?

Voor mij wordt de Au veroorzaakt doordat ik in staat ben te zien hoe het 'hoort', maar dit zelf niet kan. Geen onwil. Ik kan het echt niet. Ik weet dat ik autisme heb en ik weet wat het inhoudt. Ik zie van een afstandje wat ik vergeleken met anderen 'anders' doe en ik weet hoe het volgens de maatschappij eigenlijk zou 'moeten'. En toch loop ik telkens vast. Dit in combinatie met het onbegrip/ongeloof vanuit mijn omgeving over de juistheid van mijn diagnose vormt bij mij de Au.

Ik kijk met nieuwsgierigheid uit naar je volgende column

Reageer Quote
vlinder
Home > Blogs > Wereldmeisje > AU tis me wat

Blogs